Offense: Motions & shifts
Het begin van een play hoeft niet statisch te zijn. Door gebruik te maken van een motion of een shift zorg je voor meer dynamiek binnen de offense. We beginnen dit artikel met het verschil tussen motions & shifts uit te leggen, waar je op moet letten als coach en welke soorten motions er zijn.

Een motion is het bewegen van een aanvallende speler vóór de snap. Deze speler mag nog in beweging zijn terwijl de bal wordt gesnapt. Een motion mag alleen zijwaarts en/of achterwaarts zijn, niet richting de “line of scrimmage”. Het gebruiken van een motion kan de volgende voordelen bieden.
- Snelheid en Momentum: Spelers kunnen al in beweging zijn bij de snap, wat helpt bij sweeps en routes.
- Misleiding: Bewegingen kunnen de verdediging verwarren en hun focus verleggen.
- Leverage: Door beweging kunnen aanvallers betere posities innemen voor blokken of routes.
- Inzicht verkrijgen: Hoe een defense reageert op een motion kan informatie geven over hun verdedigingstactiek.
Enkele belangrijke punten waar je rekening mee moet houden zijn:
- Een motion kost tijd. Wanneer de play clock al bijna op 0 staat zal je geen tijd hebben om een motion uit te voeren
- Alleen spelers die niet op de line of scrimmage staan (zoals running backs of slot receivers) mogen in motion gaan.
- Spelers op de line of scrimmage moeten eerst een volledige seconde stilstaan voordat ze in motion mogen gaan.
- Offensive linemen mogen niet in motion gaan, maar mogen wel van positie wisselen.
Bij een shift veranderen meerdere spelers tegelijk van positie vóór de snap. Daar waar een motion slechts één speler beweegt kan nu je hele offense in een nieuwe formatie gaan staan. Tijdens een shift mogen spelers ook naar voren bewegen. Alle spelers moet na de shift minimaal één seconde stilstaan voordat de snap komt. Het is mogelijk dat je eerst een shift doet, één seconde stilstaat en daarna nog iemand in motion laat gaan.
Veelvoorkomende motion types
Hieronder een overzicht van veelgebruikte motion types, met praktische toepassingen. De zigzag-lijn is de beweging in motion en is de bal nog niet gesnapt. De rechte lijn is een voorbeeldbeweging nadat de bal is gesnapt.
Fly Motion

- Vergelijkbaar met Jet, maar de bal wordt gesnapt nadat de speler de formatie heeft doorkruist.
- Handig om de verdediging te laten reageren op de beweging.
Jet Motion

- De speler beweegt snel dwars over het veld, vlak voor de quarterback.
- De bal wordt gesnapt net voordat de speler de quarterback passeert.
- Ideaal voor sweeps of om de verdediging te dwingen zich aan te passen.
Glide Motion

- Een speler beweegt van buiten naar binnen, halverwege de formatie.
- Wordt vaak gebruikt om snelheid op te bouwen voor crossing routes of om een blok aan de buitenkant te zetten.
In Motion

- Een speler beweegt van buiten naar het backfield, bijvoorbeeld naar een ‘gun’ of ‘pistol’ positie.
- Nuttig om formatievariaties te creëren of blokposities aan te passen.
Over Motion

- Een speler (vaak een tight end of running back) beweegt van de ene kant van het backfield naar de andere.
- Helpt bij het creëren van asymmetrische formaties of het aanpassen van blokhoeken.
Return Motion

- De speler maakt een Over Motion en keert dan terug naar de oorspronkelijke positie bij de snap.
- Effectief om de verdediging te verwarren.
- De bal kan eventueel tijdens deze motion worden gesnapt om een extra blocker te creëren bij een inside run.
Exit Motion

- Een running back verlaat het backfield en beweegt naar een brede receiver positie. Hij mag hierbij niet naar voren bewegen.
- Creëert mismatches en dwingt de verdediging zich aan te passen.




